Festival La Roque d'Anthéron - dinsdag 11 augustus - zondag 16 augustus 2026 - La Roque d'Anthéron (Frankrijk)
Sinds vele tientallen jaren vindt in de zomer het grote en wereldvermaarde pianofestival van La Roque d'Anthéron plaats. Al jarenlang komt er de crème de la crème van de pianoscène samen voor een reeks prachtige concerten, in recital of begeleid door een orkest. Dit jaar kreeg ik voor het eerst de kans om het festival bij te wonen, en vier avonden lang liet ik me meevoeren door een reeks opmerkelijke concerten.
| (c) Franck Denis |
De eerste twee avonden waren bijzonder, want beide concerten met orkest werden gedirigeerd door onze Belgische trots, de jonge dirigent Martijn Dendievel. Hij leidde het Poolse Sinfonia Varsovia en werkte samen met vier uitmuntende pianisten.
Op de eerste avond klonken twee ouvertures en twee concerti, stuk voor stuk prachtig uitgevoerd. De ouvertures waren de Hébrides op. 26 van Mendelssohn en de Manfred-ouverture op. 115 van Schumann, beide vlekkeloos gedirigeerd door Martijn Dendievel, die het allerbeste uit het orkest wist te halen. Geen evidente taak, gezien de korte repetitietijd en de verzengende hitte in La Roque d'Anthéron. De concerti waren twee prachtige staaltjes muziek: Jean-Paul Gasparian bracht het eerste pianoconcerto van Mendelssohn met flair en souplesse, en we hoorden eveneens het eerste pianoconcerto van Chopin, gespeeld door François-Frédéric Guy, een pianist met een indrukwekkend palmares die op grote bijval van het publiek kon rekenen.
Op avond twee vond voor mij het hoogtepunt plaats van alle concerten die ik hoorde: na een prachtig uitgevoerd tweede pianoconcerto van Mendelssohn door Pietro De Maria, hoorden we Jonathan Fournel in het tweede pianoconcerto van Chopin. En daar gebeurde iets magisch. Fournel weet als geen ander hoe hij met integer pianospel het publiek kan betoveren. Het applaus na zijn bijna transcendente uitvoering, niet in het minst dankzij Martijn Dendievels feilloze directie, sprak boekdelen, en Fournel voegde er nog een prachtige bis aan toe met het Andante spianato et grande polonaise brillante van Chopin.
Op 13 augustus ging ik luisteren naar het recital van pianomeester Abdel Rahman El Bacha. Hij had een op zijn minst ambitieus programma uitgestippeld en begon met de Miroirs van Ravel. Wat een kleur, wat een verfijning, die hij met evenveel verve herhaalde in Ravels Gaspard de la Nuit. Na de pauze speelde hij de Goldbergvariaties in de korte versie, zonder herhalingen. Een gewaagde keuze, vind ik, want deze variaties worden vaak apart geprogrammeerd en vormen werkelijk een entiteit op zich. Juist die eigenzinnigheid van El Bacha maakte het des te interessanter.
De dag erna ging ik luisteren naar Adam Laloum, die met de derde pianosonate van Brahms en de eenentwintigste pianosonate van Schubert eveneens een ambitieuze keuze maakte. Beide sonates werden vlekkeloos uitgevoerd, met op de achtergrond het geluid van de cicaden en het ruisen van de bomen. Een mooier kader dan La Roque d'Anthéron is moeilijk te vinden, denk ik.
Reacties
Een reactie posten