Het Nationale Ballet in Amsterdam presenteert met Monument een sterk geëngageerd programma. Er staan drie balletten op het programma die elk ingaan op de thema’s identiteit en emancipatie. Zo is er de wereldpremière van IN FLUX van Juanjo Arqués, waarin de choreograaf en de dansers op zoek gaan naar het concept van genderfluïditeit. Een interessante start van een wervelend programma!
| (c) Altin Kaftira |
Met IN FLUX onderzoekt Juanjo Arqués waarom we nog steeds te veel belang hechten aan klassieke opvattingen over identiteit en geslacht. Hij gaat op zoek naar het concept van een “vloeibare” identiteit. Dat is de insteek van zijn wervelende choreografie. Samen met het publiek stelt hij vast dat we in een wereld leven waarin zogenaamd verworven rechten niet langer als een paal boven water staan. Arqués toont de gelijkheid van alle dansers door hen, zowel mannen als vrouwen, te kleden in een ontwerp van Tatyana van Walsum: een overhemd, ooit beschouwd als een puur mannelijk kledingstuk.
De belichting en het sobere decor versterken het gevoel van voortdurende beweging, van flux. Een reeks witte buizen aan een rail beweegt over het podium: soms lichtdoorlatend, dan weer ondoorzichtig. Het zorgt voor een aanhoudend gevoel dat alles wat op scène gebeurt voortdurend in beweging is.
De muziek waarop gedanst wordt is van de jonge Nederlandse componist Thomas van Dun. Zijn eerste balletcompositie, eveneens getiteld IN FLUX, raast als een wervelwind door de zaal en laat het publiek geen seconde los. Wat een beklijvende partituur en wat een prestatie ook van Het Balletorkest en dirigent Thomas Jung!
Na een korte pauze wordt Monument voor een gestorven jongen opgevoerd, een iconische creatie van Rudi van Dantzig uit 1965. Deze choreografie vertelt de innerlijke strijd van een jongen die worstelt met zijn homoseksualiteit. Toen het stuk in de jaren ’60 in première ging, werd het al snel als revolutionair bestempeld. Het is des te belangrijker dat het vandaag opnieuw wordt opgevoerd: het past perfect bij het overkoepelende thema van het programma Monument. Ook hier zijn verworven rechten niet vanzelfsprekend!
Een glansrol is weggelegd voor Tristan Simpson, die op indrukwekkende en ontroerende wijze De Jongen danst. Zijn soepele en elegante bewegingen, en zijn perfecte symbiose met Alexander Álvarez, die de rol van Zijn Jeugd vertolkt, maken van deze choreografie een streling voor het oog. Samen met andere dansers, waaronder Constantine Allen als De Vriend, zorgt het corps de ballet in de rollen van Schaduwen en Schooljongens voor een krachtige visuele afronding.
De laatste choreografie van de middag is 7e Symfonie van Toer van Schayk. Dit werk is minstens zo legendarisch als Monument voor een gestorven jongen en sluit thematisch naadloos aan bij de rest van het programma. De choreografie ging in première in 1986 en werd toen door critici omschreven als “de meest vrolijke, meest optimistische en meest zorgeloze” die Van Schayk tot dan toe had gecreëerd, zo valt te lezen in het programmaboek.
De dans is gecreëerd op Beethovens 7e symfonie, die muzikaal uiteraard bijzonder rijk is. Van Schayk slaagt erin om prachtige duetten af te wisselen met groepsscènes voor maar liefst twintig dansers. Toch krijgt het publiek nooit de indruk van chaos: alles klikt perfect in elkaar. Het resultaat is een choreografie die een waardige, schitterende afsluiter vormt van Monument.
Reacties
Een reactie posten