Doorgaan naar hoofdcontent

INTERVIEW met Zino Merckx - zondag 4 oktober 2026 - NEDERLANDSTALIGE VERSIE

Zino Merckx: van Deurne tot in Monaco. Een interview!

Hij begon als turner in Deurne, bij Antwerpen, trok via Parijs, San Francisco en Kazachstan naar Monaco en danst sinds 2019 bij Les Ballets de Monte-Carlo. Nu komt de compagnie naar Antwerpen en Brussel voor vier voorstellingen van Roméo et Juliette van choreograaf en directeur van het gezelschap Jean-Christophe Maillot. Voor het eerst staat Zino Merckx in zo’n groot spektakel op de scène voor een publiek dat niet onbekend is maar voor een groot deel uit familie en vrienden zal bestaan!

(c) Alice Blangero


Het verhaal van Zino begint niet in een balletzaal maar in een turnhal. “Ik ben begonnen als turner bij de Deurnese Turners. Mijn vader was ook een gymnast en ik ben daar begonnen op vier jaar.” Thuis waren ze met drie jongens, en Zino had energie te veel. Naast zijn ouderlijk huis lag dansschool Easy Moving, en zijn moeder wist wel raad: “Omdat ik zoveel energie had, heeft mijn moeder mij daar maar naartoe gestuurd. Ik vond dat zo leuk dat ik er meer en meer naartoe ging.”

Het was die dansschool die hem op het spoor van de audities voor de balletschool zette. “En dan ben ik er eigenlijk ingestapt zonder na te denken wat dat zou betekenen voor mijn latere leven. Als je zo jong bent, denk je: ik mag een hele dag dansen, waarom niet?” In het vierde leerjaar belandde hij in de Prinsstraat, bij de lagere opleiding van de Balletschool in Antwerpen, en ook in het middelbaar bleef hij er.

Intussen keek hij verder dan de grenzen van Vlaanderen. “Dat was in die tijd, weet ik nog, echt de opkomst van sociale media. Dan kijk je ook naar de wereld rondom je, zowel in binnen- als buitenland, en dan was het eigenlijk vrij duidelijk dat ik ook wilde ontdekken wat het buitenland te bieden had.” Hij deed auditie in Zürich, Stuttgart en München, maar één instituut stak erbovenuit: de Parijse Opera, “waar je als jonge leerling naar opkijkt”. Zino werd aangenomen in in de school van de Opera van Parijs: “Als je wordt aangenomen in deze school, dan is dat natuurlijk niet niks! Dus ben ik op vijftien jaar naar Parijs gegaan om daar mijn opleiding deels af te ronden.”

In Parijs liep de dansopleiding gelijk met het Franse baccalauréat. Het Frans had hij wel mee, dankzij zijn Congolese grootmoeder die voornamelijk Frans sprak, “maar dat is toch nog iets anders dan gewoon het Franse systeem volgen. Dat was zeker een extra stress die erbij kwam.” Op 18 jaar deed Zino mee aan het selectieconcours voor het professionele gezelschap voor de Opera van Parijs, hij verwierf geen plek en koos er uiteindelijk voor om nog een jaar te gaan studeren in San Francisco, “omdat ik dacht: oké, wat heeft Amerika te bieden, dat is ook nog een hele andere wereld”.

Al snel bleek dat Amerika niet helemaal zijn ding was. “Maar auditie doen in Europa is heel moeilijk als je aan de andere kant van de wereld zit.” Terug in Europa kwam het aanbod van Ricardo Amarante, een vriend uit de Antwerpse Balletschool die ooit choreografieën maakte voor het Koninklijk Ballet van Vlaanderen: “Je hebt nu geen job, je bent in Europa, wil je niet een paar maanden in Kazachstan komen dansen? Er zijn hier solistencontracten vrij.”

Het werd een jaar, waarin hij verder audities bleef doen. Tot het lot een handje hielp. “Op een bepaald moment waren we met dat gezelschap op tournee in Monaco, en dan heb ik direct auditie gedaan voor de compagnie daar. In 2019, heeft de choreograaf-directeur Jean-Christophe Maillot mij aangenomen.”

(c) Tim Mertez

Een vaste formule voor audities bestaat niet, zegt Zino Merckx: het verschilt van compagnie tot compagnie. Soms volgt na een ingestuurd dossier een privéauditie, zoals in Monaco. Vaker is het een open auditie, “en dan ben je met honderd mensen die er een à twee dagen naartoe gaan. Meestal heb je dan een balletles, en daarna vaak nog een stuk uit het repertoire, om te zien hoe snel je iets aanleert en hoe flexibel je bent.”

Het is een periode vol spanning, op je achttiende, terwijl ook de gewone school nog moet worden afgerond. “Je weet eigenlijk nooit doorheen de opleiding of wat je doet goed is, tot je je eerste contract tekent. Dat is eigenlijk heel stresserend. Het is je van jongs af met de paplepel ingegoten: je moet gewoon investeren in jezelf, je volledig inzetten, maar je weet eigenlijk niet waar dat gaat uitkomen. Je moet er gewoon vertrouwen in hebben.”

Zeven jaar later voelt Monaco als thuis. Dat heeft in de eerste plaats met het werk te maken. Het gezelschap heeft een vast repertoire van 46 creaties van Jean-Christophe Maillot. “Wat er zo tof is, is dat je jezelf daarin kunt zien evolueren in verschillende rollen, je ziet jezelf daarin matuurder worden.” Het repertoire omvat ook hernemingen of creaties gecreëerd door andere choreografen die door Jean-Christophe Maillot gevraagd worden om werk te maken voor de compagnie. “Dus je hebt constant die mix: iets wat vertrouwd aanvoelt en waarin je probeert te verbeteren, in contrast met een nieuwe choreograaf die je niet kent en waar je jezelf helemaal opnieuw moet bewijzen.” En dan zijn er de tournees, die hem brengen “naar plaatsen waar ik nooit zou zijn geweest als ik niet bij dat gezelschap was”.

Nu brengt zo’n tournee hem naar huis. In China kent hij niemand in de zaal, en ook in Monaco blijft de kring van bekenden beperkter. In België ligt dat anders. “Heel veel van mijn vrienden hebben er altijd over horen vertellen, ik vertel er wel over, maar dat blijft altijd heel abstract. Wat is nu eigenlijk mijn job, wat doe ik nu dagdagelijks? En nu, omdat we naar hier komen, wordt het heel concreet.”

Hij noemt het zelf een soort confrontatie. “Sommigen hebben mij laatst gezien toen ik op de school van Antwerpen zat, toen ik veertien was. Nu is dat toch helemaal anders. Het is de eerste keer dat ik in zo’n grote productie voor een thuispubliek dans, voor zoveel mensen die ik ken en die op een of andere manier een link met mij hebben.”

Extra druk? Alleen organisatorisch, zegt hij: “Ik ga mij in honderd stukken moeten delen om iedereen dag te zeggen.” Op de scène zelf overheerst iets anders. “Ik ken het repertoire, het is een stuk dat wij heel vaak hernemen. Het is eerder een plezier dan effectief druk. Deze voorstellingen dans ik écht voor het publiek zelf, voor de mensen die ik ken, om hen eigenlijk te bedanken dat ze op een of andere manier deel van mijn pad hebben uitgemaakt.”

Als ik begin over de heisa rond Timothée Chalamet, die ballet wegzette als een genre waar niemand nog om geeft, is Zino Merckx stellig: hij kiest voor zelfonderzoek. “Het is sowieso niet tof dat iemand met zoveel invloed dat zegt. Aan de andere kant denk ik wel dat het een soort wake-upcall is voor de danscultuur. Dan denk ik eerder dat er echt een soort alarmbel moet afgaan: oké, wat doen we, in welke mate is dat nog relevant voor ons publiek?”

Het publiek is niet verdwenen, stelt hij, het is verschoven. “Uiteindelijk gaat iedereen nog altijd evenveel naar theater als vroeger. Alleen zijn het nu eerder concerten, of een festival, dat is eigenlijk ook een soort van theater.” Een jongere die moet kiezen tussen een festivalticket en een avond ballet voor dezelfde som, kiest vaak voor het eerste, en daar heeft hij begrip voor. “Maar op dat vlak is het voor ons wel een uitdaging: hoe kunnen wij diezelfde groep mensen toch triggeren om naar ons te komen, door bepaalde thema’s aan te vatten of ze op een bepaalde manier uit te voeren? Dus voor mij was het eerder: oké, I need to do better.”

Het hardnekkigste obstakel is het beeld dat mensen soms hebben over ballet. “Heel veel mensen hebben bij ballet nog altijd het heel klassieke tutubeeld in hun hoofd, en dan denken ze: dat is saai. Ik denk dat wij, en dan denk ik aan wat Jean-Christophe Maillot doet, een manier moeten vinden om net te zeggen: dat is niet saai, er zijn ook manieren waarop het even entertainend is als een concert van een of andere popster.

Merckx heeft al verschillende rollen gedanst in Maillots Roméo et Juliette en kent de productie ondertussen door en door. Waarom zou het publiek moeten komen? Hij heeft drie redenen paraat. De eerste is eenvoudig: “Roméo et Juliette is een enorm energiek ballet dat je kan bekijken als een film! Men herontdekt het werk vanuit een onverwachte cinematografische en theatrale hoek!” De tweede is de partituur van Prokofjev, “altijd verrassend modern. Bij bepaalde delen zeg je: wow, dat zou vandaag ook door Rosalía gebruikt kunnen worden.” Bovendien klinken sommige fragmenten vertrouwd, omdat ze in reclame en films worden gebruikt.

Het derde argument richt zich tot het Belgische publiek. “Die productie is voor mij eigenlijk ook gewoon heel Vlaams. Ze is destijds gecreëerd met Bernice Coppieters als Juliette, en zij is een Belgische. De originele Romeo is Chris Roelandt, hij is ook een Belg. Dus de Vlaamse cultuur zit op een of andere manier sowieso in die productie.”

Die Vlaamse draad loopt door tot vandaag. Bij de voorstellingen in België staan vijf Belgen op de scène, onder wie vier Vlamingen, die allen in de Balletschool studeerden. Naast Merckx zijn dat Jaat Benoot, broer van wielrenner Tiesj Benoot, Ige Cornelis en Cara Verschraegen, een jaar jonger dan Merckx en eveneens een oud-leerling van de Balletschool. “Maar misschien wel tof om te weten: Jaat, Ige en ik zaten alle drie in dezelfde klas. (…) We hebben van twaalf tot veertien jaar samen les gehad.” Waarom precies die generatie zo goed vertegenwoordigd is? “Daar is eigenlijk geen uitleg voor. Soms gebeuren zulke dingen.”

Veel tijd om te acclimatiseren is er niet. Maandagavond komt het gezelschap aan en overnacht het in een hotel in de buurt van de Stadsschouwburg. De techniekers zijn dan vaak al een dag ter plaatse om alles op te bouwen, zodat de dansers dinsdag vanaf de middag meteen aan de generale repetitie kunnen beginnen. Woensdag volgen nog een opwarmles, een doorloop van de tweede cast en de correcties van de generale. ’s Avonds is het voorstelling. Vrijdag gaat het met de bus naar Brussel, waar zaterdagochtend opnieuw een generale wacht en ’s avonds een nieuwe voorstelling.

“Mensen hebben vaak het idee dat je ergens naartoe gaat, dat optreden doet en doorgaat. Maar er horen ook echt nog repetities bij.” Plaatsingen, belichting en volgspots moeten telkens op een ander podium worden afgestemd. “Dat moet je toch altijd eens geoefend hebben. Het moet ook gewoon goed zijn. Vandaar dat je het altijd scherp moet houden en altijd nog de laatste correcties moet doorvoeren.” Ook het eten vraagt planning. “De voorstellingen zijn om halfnegen. Je moet zorgen dat je daarvoor nog iets eet, maar niet te zwaar, en dat je daarna nog iets eet. Maar ga om elf uur nog maar iets vinden om serieus warm te eten.”

De tijd die overblijft, gaat naar de familie. “Wat ook wel tof is, is dat mijn grootmoeder ook eens kan komen kijken. We zijn altijd in het buitenland, dus het is heel moeilijk om haar over te brengen. En nu hebben we een plaats op de eerste rij, zodat ze mij zeker niet kan missen.”

Intussen draait de machine verder. De week voor België danst de compagnie LAC  van Jean-Christophe Maillot (een bewerking van Het Zwanenmeer) in Toulon, en anderhalve week na de terugkeer uit België vertrekt ze met diezelfde productie naar Bakoe, in Azerbeidzjan. “Dus het is mogelijk dat we in België ook nog repetities hebben voor LAC in Bakoe.” Daartussen, twee dagen na de terugkeer in Monaco, staat Roméo et Juliette nog op het programma in de opera van Monte Carlo, hetzelfde gebouw waarin ook het befaamde casino zich bevindt.

Hoe houd je verschillende producties tegelijk in je hoofd? “Dat is sowieso niet eenvoudig, maar door de vele repetities dansen wij alle choreografieën met onze ogen dicht!". Maar de marge is klein. “Wij zijn een compagnie van vijftig personen, en er staan veertig mensen op het podium. (…) Er is weinig marge om mensen te wisselen. Daarom bereid je mensen vaak op voorhand voor op de volgende productie.”

Dat een productie ooit op maat van twee Vlamingen werd gemaakt, verrast hem niet. “Iedereen heeft zijn roots, een bepaalde vorming gehad, en je roots doen ertoe. Dat is ook gewoon zo.” Vlaanderen heeft een rijk danslandschap, met namen als De Keersmaeker, Sidi Larbi Cherkaoui en Peeping Tom. Indrukwekkende namen waar we in het buitenland mee kunnen en mogen uitpakken!

Zino Merckx staat te popelen om op te treden in België met het gezelschap waar hij zich nu al zeven jaar thuis voelt. Dat Roméo et Juliette een must-see is voor de balletliefhebbers in België is een understatement. Allen daarheen, er is geen weg terug!

Roméo et Juliette (Jean-Christophe Maillot - Les Ballets de Monte-Carlo) - 21 en 22 oktober  in Antwerpen (Stadsschouwburg) - 24 en 25 oktober in Brussel (Koninklijk Circus)


Reacties

Populaire posts van deze blog

Cd-voorstelling Brecht Valckenaers - zondag 25 januari 2026 - Bozar Brussel

Brecht Valckenaers is een landgenoot om met oprechte trots naar te kijken. Deze  begaafde pianist won prijzen op uiteenlopende wedstrijden en is regelmatig te bewonderen op de bekendste en meest gerespecteerde podia. Zijn artistieke veelzijdigheid reikt bovendien verder dan het klavier, want ook als componist geniet hij een groeiend en terecht aanzien. Tijdens het recital van vandaag presenteert deze creatieve duizendpoot zijn eigenzinnige, gloednieuwe cd met de titel “Ex Nihilo”. Dit project kwam voort uit zijn intense samenwerking met Festival 20·21 in 2024, waar hij in de komende edities zal aantreden als Artist in residence. (c) Koen Broos Voor dit recital kiest Brecht Valckenaers ervoor om  Musica ricercata  van György Ligeti integraal uit te voeren. Elk van de elf delen wordt zorgvuldig omlijst met werk van andere componisten, aangevuld met zijn eigen composities. Voor mij persoonlijk is dit programma een openbaring, want geen enkel van de uitgevoerde werken kende i...

Abel Hox speelt de Goldbergvariaties - vrijdag 24 april 2026 - Handelsbeurs Antwerpen

In het kader van het Antwerp Spring Festival kwam de Nederlandse pianist  Abel Hox  naar Antwerpen voor een uitvoering van de  Goldbergvariaties  van  Johann Sebastian Bach . We kennen hem als artiest in residentie aan de  Muziekkapel Koningin Elisabeth , en weten dat we bij hem aan het juiste adres zijn voor een mooie concertavond. De verwachtingen waren hoog, maar wat volgde overtrof ze moeiteloos. Abel Hox bracht een uitvoering die zowel verfijnd als doortastend was, een lezing van de  Goldbergvariaties  die zich zonder aarzeling naast die van de groten mag scharen. (c) Music Chapel, Abel Hox De  Goldbergvariaties  werden in 1742 gepubliceerd en vormen het vierde deel van de  Clavierübung . Volgens de overlevering was het  Graaf von Keyserling  die het werk bestelde. De graaf leed aan slapeloosheid en vond enkel rust in muziek. Hij liet zijn beschermeling en leerling van Bach,  Johann Gottlieb Goldberg , ’s nachts ...

Recital Nikola Meeuwsen - vrijdag 12 december 2025 - Salle Cortot Parijs

Nikola Meeuwsen heeft niet stilgezeten sinds zijn overwinning in de Koningin Elisabethwedstrijd. Na een indrukwekkende tournee door Azië en ontelbare concerten in grote én kleinere zalen in Nederland en ver daarbuiten, staat de jonge pianist nu aan de vooravond van een bijzonder moment: zijn eerste recital op Parijse bodem, in de legendarische Salle Cortot. Alles wijst erop dat het een memorabele avond zal worden en Nikola Meeuwsen stelt niet teleur. (c) Simon van Boxtel Het recital opent met de Sonate K. 28 2 van Mozart, geschreven in de herfst van 1774. Mozart bevindt zich op dat moment in Salzburg, net voor hij opnieuw naar München zal vertrekken. Opmerkelijk is dat deze sonate pas na Mozarts dood werd gepubliceerd. Ze vangt uitzonderlijk aan met een Adagio in vier, vol melodieuze en lyrische lijnen. Een ideale ouverture voor Meeuwsen, die met zijn verfijnde toucher en sprankelende  jeu perlé  het publiek meteen weet bij de kraag te vatten. Vervolgens neemt Chopin het woord...