Preludium tot de Nationale Feestdag met het Nationaal Orkest van België en Hannes Minnaar - zondag 20 juli 2025 - Bozar Brussel
| (c) Facebook Belgische Monarchie |
Wanneer de Koning een concert bijwoont, is het traditie dat de Brabançonne wordt gespeeld en ook deze keer vormt daarop geen uitzondering. Antony Hermus verschijnt op het podium en zet het volkslied krachtig in gang.
Daarna begint het eigenlijke programma. De aftrap wordt gegeven met De Moldau van Bedřich Smetana. Dit beroemde werk maakt deel uit van de symfonische cyclus Má Vlast (Mijn Vaderland), en is zonder twijfel het bekendste stuk uit die reeks. Het wordt zó vaak gespeeld dat de andere delen soms wat in de schaduw staan. Smetana gaf aan de Moldau een soortgelijke symbolische waarde als de Rijn voor de Duitsers, wat duidelijk doorklinkt in de majestueuze muziek. Het begin is betoverend: fluit en klarinet schilderen de oorsprong van de rivier als twee stroompjes die samenvloeien tot één brede waterloop. Zo stroomt het stuk verder, met prachtige thema’s en schilderachtige scènes die naadloos in elkaar overvloeien.
Vervolgens is het de beurt aan de Nederlandse pianist Hannes Minnaar, voor de uitvoering van het Concerto in sol groot voor piano en orkest van Maurice Ravel. Dirigent Hermus had zich eerder op de avond al bewezen, en ook nu leidt hij zijn orkest met vaste hand. Zijn directie is precies, energiek en doordacht, geen detail ontsnapt aan zijn aandacht.
Samen met Minnaar zet hij een schitterende vertolking neer van Ravels concerto, dat dateert van rond 1929 en voor het eerst werd uitgevoerd in 1932 met Ravel zelf op de bok, en Marguerite Long, aan wie het werk werd opgedragen, aan de piano. Het stuk kende meteen groot succes en vormde het pronkstuk van een concerttournee. Oorspronkelijk wilde Ravel het werk Divertissement noemen, niet zonder reden, want het stuk barst van de virtuositeit. Vooral de blazers én de pianist worden op de proef gesteld. Qua vorm respecteert Ravel de klassieke concerttraditie, wat bij momenten doet denken aan Mozart, maar het fonkelende karakter en de kleurrijke klanken verwijzen eerder naar Saint-Saëns. Hier en daar duiken zelfs jazzy elementen op, iets wat Hannes Minnaar perfect weet aan te voelen. Zijn feilloze techniek en glasheldere articulatie maken van dit werk een feest. En wanneer hij aan de cadens van de tweede beweging begint, lijkt het alsof we even terug in 2010 belanden. Toen bewees hij op de Koningin Elisabethwedstrijd al wat hij in zijn mars had. Zijn verfijnde, integere spel heeft sindsdien alleen maar aan diepgang gewonnen.
Als afsluiter horen we de bruisende Dansen uit Galanta van Zoltán Kodály. Deze kleurrijke compositie schreef hij ter ere van de 80ste verjaardag van de Filharmonie van Boedapest. Kodály groeide op in Galanta, dat gelegen is in een regio die bekendstond om haar rijke Roma-muziektraditie. Hij baseerde zich voor deze dansen op melodieën die hij terugvond in een oud boekje uit zijn jeugd dat enkele dansen bevatte. De folkloristische sfeer spat ervan af. Het orkest is in topvorm, de dirigent houdt de energie strak en de slagwerkers mogen zich helemaal laten gaan. Het resultaat? Een wervelend slot van een prachtige concertavond!
Reacties
Een reactie posten