Het was feest in Bozar: de vernieuwde, gerestaureerde Zaal M werd ingehuldigd met een recital van Nikola Meeuwsen. Een bijzondere avond, want voor het eerst kon het publiek zelf ervaren of de akoestiek van de zaal beantwoordde aan de hoge standaarden van Bozar. Gelukkig bleek dat zonder enige twijfel het geval. Niet alleen werd de zaal in haar oude glorie hersteld, er werd ook merkbaar meer lucht en ruimte gecreëerd, wat resulteert in een warme, heldere en bijzonder aangename akoestiek. Met haar capaciteit van zo’n vijfhonderd zitplaatsen vormt Zaal M een waardevolle aanvulling op het rijke concertaanbod in het centrum van Brussel. Een voltreffer, zoveel is duidelijk.
(c) Melle Meivogel
Dat deze avond zo overtuigend was, had uiteraard ook alles te maken met de pianist die het openingsrecital verzorgde. Nikola Meeuwsen speelde voor een uitverkochte zaal en het was een blij weerzien met het Brusselse publiek na de Koningin Elisabethwedstrijd. Zoals we van hem gewend zijn, koos Meeuwsen niet voor de gemakkelijke weg: hij presenteerde een intens en uitdagend programma, dat een brede boog spande van Mozart tot Sjostakovitsj.
Het recital opende met de Pianosonate nr. 4 KV 282 van Mozart, een ideale opener en een werk dat Meeuwsen als gegoten ligt. Met zijn verfijnde techniek en doorleefde spel creëerde hij meteen een intiem en betoverend concertmoment, waarin elke frase ademde en tot leven kwam.
Daarna volgde de Pianosonate nr. 2 op. 61 van Sjostakovitsj, waarvoor Meeuwsen moeiteloos van muzikale mindset wisselde. De sprong van Mozart naar Sjostakovitsj is groot, maar vormde voor hem geen enkel obstakel. Hij bracht een beklijvende interpretatie van deze twintigste-eeuwse sonate, een werk dat bij momenten koude rillingen veroorzaakt. De pijn en innerlijke strijd van de componist waren onmiskenbaar hoorbaar, en precies die emotionele lading wist Meeuwsen overtuigend over te brengen op het publiek. De soms duistere en moeilijk te vatten passages kregen onder zijn handen een opmerkelijke transparantie en een duidelijke lijn. Van begin tot einde greep deze uitvoering naar de keel.
Na een welverdiende pauze vervolgde Meeuwsen het programma met de Variations sérieuses op. 54 van Mendelssohn. Dit thema met zeventien variaties is intussen uitgegroeid tot een van zijn lijfstukken, en het was dan ook een genoegen om hem dit werk opnieuw te horen vertolken. Elke variatie kreeg een uitgesproken eigen karakter, gebracht met bravoure, finesse en durf. Een ware verademing.
Als intermezzo op weg naar de apotheose van de avond klonk een van de twee Poèmes uit Deux poèmes op. 32 van Scriabine. Dit korte maar verfijnde werk werd vlekkeloos uitgevoerd en oogstte meteen een warm en enthousiast applaus.
En dan… alsof dit alles nog niet intens genoeg was, koos Meeuwsen als afsluiter voor Carnaval op. 9 van Schumann. Dit werk is een ware opeenstapeling van pianistieke huzarenstukjes en behoort zonder twijfel tot de hoekstenen van de pianoliteratuur. Vanaf de eerste noot maakte Meeuwsen duidelijk dat hij niet van plan was ook maar iets aan intensiteit in te boeten. Zijn interpretatie en uitvoering van deze veeleisende partituur waren ronduit verbazingwekkend. Dat het publiek na afloop rechtveerde, was dan ook de kers op de taart.
Als toegift verwende Meeuwsen het publiek met een bijzonder verfijnd Allegro uit Beethovens zesde pianosonate (op. 10 nr. 2) en het tweede Intermezzo op. 117 van Brahms. Opnieuw pure verwennerij. Het is nu alvast reikhalzend uitkijken naar Nikola Meeuwsens volgende concerten, want keer op keer blijft hij verbazen. Applaus!
Reacties
Een reactie posten