De tweede dag van het Music Chapel Festival was, net als de eerste, eentje om u tegen te zeggen: een rijkgevulde dag vol activiteiten voor jong en oud. Zelf woonde ik het recital bij van meester in residentie Miguel da Silva (altviool), geflankeerd door enkele artiesten in residentie. Later trok ik naar het slotconcert van het festival, waar verschillende aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth verbonden musici het podium deelden met het Brussels Philharmonic onder leiding van Kazushi Ōno.
Het recital van Miguel da Silva, samen met het Quartetto Goldberg, opende met Mozarts Strijkkwintet nr. 4. Dit kwintet onderscheidt zich door zijn relatief korte duur, maar “korter” betekent uiteraard geenszins “minder mooi”. Het Quartetto Goldberg en Miguel da Silva brachten een doorvoelde en uitgebalanceerde interpretatie, een uitvoering die het publiek al vanaf de eerste maat zacht maar vastberaden meevoerde.
Daarna volgde een adembenemende, voor mij voor het eerst live, uitvoering van Verklärte Nacht op. 4 van Schönberg. Dit enigszins mystieke werk werd vertolkt door Miguel da Silva en de resident-artiesten Jingzhi Zhang (viool), Anna Lee (viool), Gatien Leray (altviool), Andrew Byun (cello) en Ye-Won Cho (cello). Het stuk is emblematisch voor de jonge Schönberg, toen 25, die zich nog sterk spiegelde aan de Duitse traditie van Wagner en Brahms. Zelf omschreef hij zijn vernieuwende aanpak als het componeren van “symfonische gedichten in één beweging, zo groots als werken van Mahler of Strauss”. En groots is Verklärte Nacht zonder twijfel, niet alleen in expressie, maar ook in technische veeleisendheid. Geïnspireerd door een gedicht van Richard Dehmel, een rond 1900 bijzonder geliefde schrijver van mystiek en symbolistische literatuur, ontvouwt het werk een palet van kleuren en schaduwen. Het sextet verklankte deze innerlijke wereld met indrukwekkende verfijning: een meeslepende lezing van een monumentale partituur.
Het slotconcert van het Music Chapel Festival ving aan met In diesem Wetter, een lied uit Mahlers Kindertotenlieder. Bas-bariton Oleg Volkov bracht, samen met Brussels Philharmonic en Kazushi Ōno, een gevoelige en overtuigende vertolking van dit aangrijpende werk.
Daarna volgde het schitterende Dubbelconcert voor viool en cello op. 102 van Johannes Brahms, uitgevoerd door master in residence Corina Belcea en associate artist Aleksey Shadrin. Een voltreffer van formaat: het samenspel tussen beide solisten was van een zeldzame precisie, en hun dialoog met een uitstekend in vorm verkerend orkest maakte de uitvoering des te indrukwekkender.
Na de pauze bracht het orkest La Mer van Debussy, een werk dat bruist van kleur en intense verbeelding. De uitvoering werd vergezeld door een visueel concept van kunstenares Nazanin Fakoor, waardoor Studio 4 transformeerde in een ware kunstinstallatie. De klanken van Debussy, meester van atmosfeer en beeldende orkestratie, wiegden het publiek mee over denkbeeldige golven, met Kazushi Ōno als een bekwame kapitein aan het roer.
Tot slot trad gastartieste Eva Gevorgyan aan voor de pianopartij in Scriabins bijzonder visionaire Vijfde Symfonie, Le Poème du Feu op. 60. Leuk om weten: Scriabin componeerde dit werk grotendeels in Brussel, waar hij rond 1909 woonde. Het stuk is geschreven voor symfonisch orkest, piano, koor én een zogenaamde "kleurorgel", een instrument dat Scriabin bedacht om kleuren aan klanken te koppelen, een synesthetische ervaring. Omdat de componist zijn concept zelf nooit gerealiseerd zag, werd kunstenares Nazanin Fakoor uitgenodigd om haar eigen interpretatie van dit “kleurorgel” te creëren. In combinatie met de virtuoze prestatie van Eva Gevorgyan, het Vlaams Radiokoor en Brussels Philharmonic werd Le Poème du Feu een overweldigende totaalervaring, een fonkelende afsluiter van een memorabel festival.
Reacties
Een reactie posten