De Filarmonica della Scala, het orkest van een van de meest legendarische operahuizen ter wereld, La Scala in Milaan, strijkt neer in Antwerpen. Voor deze bijzondere gelegenheid brengen zij hun chef-dirigent mee, die al even vermaard is als het ensemble zelf: Riccardo Chailly staat aan het roer en nodigt pianist Alexandre Kantorow uit voor een uitvoering van het Derde pianoconcerto van Sergei Prokofiev. Na de pauze klinkt de Vierde symfonie van Tchaikovsky.
| (c) Sasha Gusov |
Het spreekt haast vanzelf dat dit concert een niet te missen gebeurtenis is. Zoveel toptalent, zo dicht bij huis, het voelt als een zeldzame samenloop van omstandigheden die men niet onbenut mag laten. Voor de pauze horen we Alexandre Kantorow in zijn interpretatie van het derde pianoconcerto van Sergei Prokofiev. Net als Ludwig van Beethoven en Camille Saint-Saëns schreef Prokofiev vijf concerti voor piano en orkest, werken die zonder twijfel tot de hoogtepunten van zijn oeuvre behoren. Vooral het tweede, derde en vijfde concerto groeiden uit tot vaste waarden binnen het internationale repertoire. Samen met de concerti van Maurice Ravel en Béla Bartók mogen zij zonder aarzelen tot de meest indrukwekkende pianoconcerti van de twintigste eeuw worden gerekend. Als virtuoos pianist vernieuwde Prokofiev niet alleen de techniek, maar ook de esthetiek van het instrument. Net als Bartók schuwde hij het gebruik van percussieve effecten niet, wat resulteert in muziek die tegelijk ritmisch scherp en melodisch gelaagd blijft.
Dat alles komt samen in het Derde pianoconcerto, wellicht het populairste van zijn vijf concerti. Het werk werd voltooid in 1921, al gingen de eerste schetsen terug tot 1913. Prokofiev zelf vertolkte de wereldpremière in Chicago en merkte op dat het publiek het werk misschien niet volledig begreep, maar het wel instinctief omarmde. De daaropvolgende uitvoering in New York kende minder bijval, maar toen het concerto enkele maanden later in Europa weerklonk, werd het met enthousiasme ontvangen. Gaandeweg groeide het uit tot een van de meest geliefde pianoconcerti ter wereld.
Het Allegro opent met een zachte, zangerige melodie, aanvankelijk door de klarinet ingezet en vervolgens overgenomen door fluiten en violen. Dan treedt de piano naar voren, onstuimig en trefzeker, alsof de Prokofiev-trein plots op volle snelheid komt. Alexandre Kantorow grijpt dit moment aan voor een krachtige inzet, waarin zijn robuuste maar tegelijk speelse toucher prachtig in balans blijft met het orkest, zorgvuldig geleid door Riccardo Chailly. Solist en dirigent lijken dezelfde adem te delen, een onmisbare kwaliteit in een concerto als dit, waarin precisie en samenspel cruciaal zijn.
Diezelfde verfijnde nauwkeurigheid horen we terug in de volgende delen. Het Andantino con variazioni ontvouwt zich als een reeks van vijf variaties op een thema, waarin in de eerste variatie een subtiele echo van George Gershwin doorklinkt, een speelse knipoog die Alexandre Kantorow met flair tot leven brengt. Het slotdeel, Allegro ma non troppo, bouwt gestaag op naar een intens en meeslepend hoogtepunt. Wanneer de laatste noten weerklinken, blijft vooral de indruk hangen van een uitzonderlijke prestatie, gedragen door solist, orkest en dirigent. Bravi! Kantorow doet er nog een schepje bovenop met een ontroerende uitvoering van de Liebestod uit Tristan und Isolde, in een bewerking van Franz Liszt. Wat een voltreffer!
Na de pauze klinkt de muziek van Pyotr Ilyich Tchaikovsky. Zijn Vierde symfonie ging in 1878 in Moskou in première, na een woelige periode van zoeken, herbeginnen en herwerken. In een uitvoerige brief aan Nadezhda von Meck, zijn vertrouwelinge, beschreef de componist hoe deze symfonie voor hem een duidelijk programma draagt. Het is bovendien zijn eerste werk waarin hij cyclisch te werk gaat: het hoofdthema keert in de finale terug en verleent het geheel een gevoel van eenheid en bestemming.
Zo ontvouwt zich een muzikaal verhaal met een duidelijke spanningsboog, van begin tot ontknoping. De Filharmonie van de Scala is een robuust orkest en produceert in elk geval de nodige decibels! De ontknoping, con fuoco, wordt door Riccardo Chailly en zijn orkest met overtuiging en vuur gebracht. Niets wordt aan het toeval overgelaten; elke frase ademt zorg en intensiteit. Het resultaat is een uitvoering die niet alleen indruk maakt, maar ook zorgt voor kippenvel.
Chailly en zijn orkest doen er nog een encore bovenop met een geanimeerde uitvoering van het Allegretto uit de suite van Lady Macbeth uit het district Mtsensk van Shostakovich. Het is het sluitstuk van een intense concertavond.
Reacties
Een reactie posten