Het is alweer een tijd geleden dat Jan Lisiecki nog in België te horen was, maar wanneer hij hier neerstrijkt, ben ik er zonder aarzelen bij. Deze Pools-Canadese pianist heeft zich intussen stevig verankerd op de internationale podia en beweegt zich door een concertagenda die haast onwerkelijk aandoet. Voor deze gelegenheid verschijnt hij in Bozar, samen met de Luxembourg Philharmonic onder leiding van de jonge dirigent Martin Rajna. Op het programma prijkt het Vierde pianoconcerto op. 58 van Ludwig van Beethoven, gevolgd na de pauze door Ein Heldenleben op. 40 van Richard Strauss. Een programma dat moeiteloos de dialoog aangaat met onze verbeelding.
| (c) Facebook Jan Lisiecki |
Van de vijf pianoconcerti die Beethoven ons naliet, is het vierde wellicht het meest vooruitstrevende, een werk waarin de dialoog tussen piano en orkest zich helemaal ontplooit. Het draagt de reputatie het meest veeleisende concerto te zijn, een uitdaging die zelfs de grootste pianisten met ontzag benaderen. Terwijl Beethoven werkte aan de Eroïca, groeide ook dit concerto langzaam onder zijn handen, tot het uiteindelijk voltooid werd in 1807 en een jaar later voor het eerst weerklonk in het Theater an der Wien, naast de vijfde en zesde symfonie. Hier overstijgt Beethoven zichzelf, en bereikt hij een zeldzaam hoogtepunt binnen de pianoliteratuur. De eerste luisteraars stonden perplex bij de manier waarop stilte een plaats kreeg binnen de muziek, vooral in de tweede beweging, en die verwondering heeft sindsdien niets aan kracht verloren.
De vernieuwing openbaart zich al in de eerste maten. Tegen elke verwachting in laat Beethoven de piano solo inzetten, die dolce en met een bijna breekbare eenvoud het hoofdthema ontvouwt. Een motief dat in de verte een link lijkt te hebben met het thema van de vijfde symfonie. Lisiecki toont zich hier een vertolker van uitzonderlijke fijngevoeligheid. Hij weeft het eerste deel met een natuurlijke adem, en trekt diezelfde ingetogen intensiteit door in de tweede beweging, waar het orkest haast onverbiddelijk binnenvalt, bijna brutaal, tegenover het licht van de pianomelodie. We krijgen een dialoog tussen zachtheid en kracht, maar na een tijdje gaat ook het orkest over in een zachtere melodie. In de stiltes die Lisiecki en Rajna durfven te laten vallen, krijgt de muziek een diepere betekenis. In de derde beweging treedt Beethoven naar voren als symfonicus, en ontvouwt zich een slot dat bruist van energie, bekroond door een cadens die Lisiecki met een verbluffende vanzelfsprekendheid vormgeeft. Een uitvoering die de adem even doet stokken.
Na de pauze brengt de Luxembourg Philharmonic een gelaagde en meeslepende interpretatie van Ein Heldenleben op. 40 van Strauss, een symfonisch gedicht dat ontstond aan het einde van een decennium van intense creativiteit. Sinds de première in 1899 heeft het werk niets van zijn overweldigende kracht verloren, en het publiek destijds reageerde bijna hysterisch enthousiast op het werk.
De zes delen vloeien in elkaar over als monumentale bogen, elk met een eigen karakter, elk een nieuw perspectief binnen hetzelfde verhaal. Die structuur schept houvast in een muziektaal die rijk is aan contrasten en schakeringen, en voorkomt dat de luisteraar verloren raakt in haar veelheid. Onder leiding van Martin Rajna krijgt dit alles een heldere lijn, een transparantie die de complexiteit niet verdoezelt maar net doet oplichten. Met een trefzekere hand en een scherp oor onthult hij de vele lagen van de partituur, terwijl het orkest zich toont in al zijn finesse en kracht.
Het is een ontmoeting die lang zal bijblijven, niet alleen door de intensiteit van het programma, maar ook door de overtuiging waarmee het tot leven werd gebracht. Dit was zo een van die zeldzame momenten waarop muziek meer wordt dan klank alleen.
- Link ophalen
- X
- Andere apps
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Reacties
Een reactie posten