Aan het einde van elk academiejaar organiseert de Muziekkapel Koningin Elisabeth een "Marathon" voor elke discipline binnen de Muziekkapel. Tijdens zo'n marathon geven de residenten van een bepaalde discipline, in dit geval piano, gedurende een hele namiddag om beurten een recital. Ik trok naar Waterloo en hoorde vijf residenten aan het werk tijdens de Piano Marathon. Het werd een prachtige afsluiter van het academiejaar.
Arthur Hinnewinkel bijt de spits af. Na zijn vierde prijs bij de Koningin Elisabethwedstrijd vorig jaar, resideert hij nog steeds aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Hij opent zijn recital met het eerste deel uit de Fantasie in do groot op. 17 van Schumann. De pianist legt uit dat het werk oorspronkelijk in 1 deel bedoeld was (eigenlijk zou het dus een sonate zijn), maar dat Schumann de twee volgende delen er later heeft bijgeschreven. Hinnewinkel speelt dit werk met een ongelooflijke souplesse en precisie, en speelt een prachtige versie van misschien wel de meest bijzondere partituur die Schumann ooit schreef. Het einde van deze eerste beweging gaat door merg en been: Arthur Hinnewinkel betovert het publiek. Daarna komt de Sonate op. 110 van Beethoven. Dit opus 110 is exemplarisch voor de late periode van de componist: een extreme vormvrijheid en het gebruik van cyclische elementen, waarbij de thema's voortkomen uit één uniek beginmotief. De sonate bestaat uit drie delen, waarvan het laatste zonder twijfel het meest complexe en belangrijkste is. Het kan worden opgedeeld in verschillende kleinere secties, waardoor de sonatevorm bijzonder vrij wordt geïnterpreteerd. Arthur Hinnewinkel heeft de specificiteit van deze sonate wat mij betreft uitstekend begrepen en voert ons mee door een complexe maar wondermooie partituur. Hij is een pianist om u tegen te zeggen.
Daarna speelt Yihen Wang de Humoreske van Schumann. Dit werk is ook een van de grootste composities die Schumann ooit voor piano schreef. Over dit werk schreef Schumann ooit aan een Franse vriend dat "Fransen de term 'Humoreske' niet kunnen begrijpen" en dat "het jammer is dat de Franse taal geen woord heeft om de typische, diepgewortelde humor en het 'Schwärmerische' van de Duitsers te vatten". Anderzijds verklaarde Schumann ook dat hij nooit iets zo deprimerends had geschreven als dit werk. Die tegenstelling is opvallend en misschien zelfs typerend voor de complexe aard van de Humoreske. Yihen Wang brengt in elk geval een beklijvende en indringende lezing van deze bijzonder gelaagde partituur en oogst daarmee een groot en welverdiend applaus.
Mirabelle Kajenjeri, laureate van de Koningin Elisabethwedstrijd vorig jaar, neemt vervolgens de Sonate op. 101 van Beethoven voor haar rekening. Met het beroemde opus 101 betreden we wat musicologen vaak "de derde periode" van Beethovens creatieve ontwikkeling noemen. Het vormt in zekere zin het begin van de reeks late sonates. Net als in opus 110 gaat Beethoven ook hier vrijer om met de traditionele sonatevorm. Mirabelle Kajenjeri voelt zich duidelijk thuis in deze uitzonderlijke partituur en creëert een prachtig concertmoment. Daarna speelt ze de Polonaise-fantaisie van Chopin. Dit werk, geschreven na zijn breuk met George Sand, weerspiegelt een van de moeilijkste periodes uit zijn persoonlijke leven. Chopin beweegt zich hier meer in de richting van de ballade dan van de traditionele polonaise. Een gevoel van vrijheid ontvouwt zich doorheen de partituur, doordrenkt van melancholie. Mirabelle Kajenjeri schenkt het publiek een moment van verstilling en introspectie met een bijzonder beklijvende uitvoering.
Abel Hox, die we nog niet zo lang geleden in Antwerpen aan het werk hoorden met een prachtige uitvoering van de Goldbergvariaties, herneemt voor de Piano Marathon de Aria met de eerste 10 variaties van het beroemdste klavierwerk van Bach, en dat is opnieuw een schot in de roos. Met de grootste beheersing speelt Abel Hox dit bijzonder complexe werk, geen enkel detail gaat aan hem en zijn pianospel voorbij. Prachtig, gewoonweg, en vooral: zo gecontroleerd en zuiver. Abel Hox neemt tijdens zijn recital ook de Sonate nr. 6 van Scriabin voor zijn rekening. Met deze sonate bevindt Scriabin zich in zijn laatste creatieve periode, en Abel Hox zorgt voor een bijzonder introspectieve uitvoering van dit fascinerende werk. Het is een uitdaging voor de pianist, maar ook voor het publiek, want dit werk is verre van eenvoudig, maar qua sfeerschepping zijn we bij Scriabin én bij Abel Hox aan het juiste adres. Ook hier speelt Abel Hox voortreffelijk en zorgt hij voor een meeslepende en diepgaande uitvoering.
En last but not least: Shuhei Aoshima brengt een bijzonder gesmaakte uitvoering van de Sonate in si mineur van Franz Liszt. Dit werk werd door Liszt opgedragen aan Schumann, die hem op zijn beurt eveneens een compositie had opgedragen (de Fantasie!). Schumann was er echter niet enthousiast over en pas vijf jaar na het ontstaan van het werk vond de eerste uitvoering plaats. Nochtans is deze Sonate in si mineur een uniek monument binnen de romantische pianoliteratuur. Ze is origineel, visionair en vat het genie van Liszt op indrukwekkende wijze samen. Dat Schumann dit niet heeft erkend, bedekken we maar met de mantel der liefde. Shuhei Aoshima brengt in elk geval een fenomenale uitvoering van dit bijzonder veeleisende en monumentale werk. Met een feilloze techniek en een groot inlevingsvermogen wekt hij Liszts universum volledig tot leven.
De Piano Marathon is een prachtig voorbeeld van een concertnamiddag die je niet snel vergeet. Vooral omdat ik er de crème de la crème van de jonge generatie pianisten aan het werk heb mogen horen. Dat is, zonder enige twijfel, een voorrecht en een zegen.
Reacties
Een reactie posten