Traditiegetrouw wordt de Koningin Elisabethwedstrijd afgesloten met een Slotconcert waarin de drie eerste laureaten een concerto uitvoeren. Ook dit jaar was dat niet anders. Nadat ik zondag in Antwerpen de vierde, vijfde en zesde laureaat aan het werk had gehoord, trok ik naar Brussel voor dit concert, met het Brussels Philharmonic onder leiding van Samy Rachid. Daarmee komt officieel een einde aan de Koningin Elisabethwedstrijd 2026! Afkicken dus, al staan er gelukkig nog heel wat concerten van laureaten en deelnemers op de agenda.
| (c) Queen Elisabeth Competition |
De eerste die het podium betreedt, is derde laureaat Leland Ko. Voor velen was hij een van de topfavorieten, dankzij zijn charismatische en karaktervolle cellospel. Alles klinkt zo vanzelfsprekend wanneer hij speelt. Zijn muziek ademt een natuurlijke vrijheid die meteen weet te overtuigen. Eerder verbaasde hij het publiek al met zijn indrukwekkende uitvoering van het Celloconcerto op. 22 van Barber, dat voor het eerst op de Wedstrijd werd uitgevoerd. Voor het Slotconcert kiest hij het Celloconcerto in b, op. 104 van Dvořák. Zoals ik in mijn vorige post al schreef, vat dit werk prachtig samen waar Dvořák voor staat: een diepe liefde voor zijn vaderland en een gezonde dosis melancholie, zonder ooit pathetisch te worden. Precies die combinatie weet Leland Ko op schitterende wijze over te brengen. Met brede boogstreken, verfijnde loopjes en een prachtig vibrato voert hij het publiek mee in een uitvoering waarbij de tijd even lijkt stil te staan. De passie waarmee hij cello speelt is zelden gezien. Wat een verschijning!
Daarna is het de beurt aan tweede laureate Tae-Yeon Kim, die het Concerto nr. 1 in a, op. 33 van Camille Saint-Saëns speelt. Het werk werd voor het eerst uitgevoerd in 1875 en onderscheidt zich doordat de drie delen zonder onderbreking in elkaar overvloeien, waardoor het concerto aanvoelt als één groot muzikaal gebaar. Het vraagt een enorme technische behendigheid van de solist, en Saint-Saëns verkent er zowat alle mogelijkheden van de cello. Tae-Yeon Kim doet dat met indrukwekkende flair. Ze slaagt erin de charme en elegantie van het werk volledig tot leven te brengen en laat haar cello zingen met een natuurlijke souplesse. Een ontroerend concertmoment.
Vervolgens verschijnt de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd 2026 op het podium: Ettore Pagano, die voor het eerst optreedt met de "Casals"-cello die hij in bruikleen krijgt voor vier jaar, omdat hij de Koningin Elisabethwedstrijd won. Met zijn uitvoering van het Concerto nr. 1 in Es, op. 107 van Sjostakovitsj neemt hij het publiek mee naar het Leningrad van 1959, waar het werk voor het eerst werd uitgevoerd door Rostropovitsj. Het openings-Allegretto klinkt aanvankelijk vrij zorgeloos, maar staat binnen de architectuur van het werk in scherp contrast met de drie volgende delen, die een veel donkerder karakter hebben. De schaduw van de oorlog lijkt voortdurend aanwezig, zeker in het derde deel, dat volledig uit een cadens bestaat. Ettore Pagano speelt met een gevoeligheid en een prachtig vibrato die diepe indruk maken. Ook hier krijgen we een concertmoment van uitzonderlijke kwaliteit voorgeschoteld, waarbij het wedstrijdgevoel volledig naar de achtergrond verdwijnt en alleen de muziek nog telt.
Het werd een prachtige concertavond met drie schitterende artiesten die hopelijk aan het begin staan van een lange, boeiende en succesvolle carrière. Als kers op de taart sturen ze ons naar huis met twee toemaatjes, dit keer zonder orkest, maar wel met 3 cello's. Prachtig!
Reacties
Een reactie posten