Op 3 oktober was het feest in De Singel in Antwerpen, want het Chineke! Orchestra bestaat 10 jaar! Naar aanleiding van deze bijzondere verjaardag toert het orkest rond met niemand minder dan Tai Murray (viool), Sheku Kanneh-Mason (cello) en Isata Kanneh-Mason (piano) in een prachtig programma, onder leiding van Roderick Cox!
Het Chineke! Orchestra werd in 2015 opgericht als ensemble voor muzikanten met een etnisch-culturele achtergrond. Het doel was om deze groep musici beter te vertegenwoordigen binnen de klassieke muziekwereld, want hoe je het ook draait of keert: dat blijft een reëel vraagstuk. Het was het eerste orkest in Europa waarin de meerderheid van de leden een andere culturele achtergrond had dan het gangbare “Europees” en “wit”. Dat dit orkest als uniek project inmiddels al tien jaar standhoudt, bewijst hoe noodzakelijk het is dat ook in de klassieke muziekwereld wordt nagedacht over diversiteit en multiculturaliteit.
De dirigent van de avond, Roderick Cox, is de ideale man om dit jubileum mee te vieren. Hij richtte zelf het Roderick Cox Music Initiative op, dat beurzen verstrekt aan jonge musici uit gemeenschappen die vaak nauwelijks vertegenwoordigd zijn in de klassieke muziek.
Deze achtergrond is essentieel om het Chineke! Orchestra te begrijpen. Ze verklaart ook waarom dit orkest verder kijkt dan de traditionele paden en composities opvoert van minder bekende componisten zoals Samuel Coleridge-Taylor, Errollyn Wallen en William L. Dawson.
Het concert opent met de Ballade in a, op. 33 van Coleridge-Taylor, die in 1898 voor het eerst werd uitgevoerd. In de Verenigde Staten werd de componist destijds zelfs vergeleken met Mahler, een opmerkelijke erkenning voor iemand met Afrikaanse roots. Voor het Chineke! Orchestra was dit bovendien het eerste werk dat ze ooit samen speelden, zo vertelde een orkestlid tijdens het concert.
De Ballade is bij momenten onstuimig en kleurrijk, en Cox weet die schakeringen uitstekend naar voren te brengen. Het orkest bloeit open in de dramatische passages en toont tegelijkertijd een mooie ingetogenheid in de meer zangerige momenten.
Vervolgens staat Beethovens Tripelconcerto voor piano, viool en cello, op. 56 op het programma. Dit werk wordt uitgevoerd door drie topmusici die hun sporen al ruimschoots verdiend hebben: Tai Murray, Sheku Kanneh-Mason en Isata Kanneh-Mason. Het concerto kan eigenlijk worden beschouwd als een “symfonie met solisten”. Beethoven wilde het populaire kamermuziektrio van zijn tijd een bijzondere rol geven, en dat is hem ook gelukt, al wordt het werk door critici niet tot zijn allerbeste gerekend. In de Blauwe Zaal van De Singel komt de compositie echter prachtig tot haar recht. Roderick Cox zorgt voor een perfecte balans: nooit overstemt het orkest de solisten, waardoor de dialoog tussen ensemble en trio volledig tot zijn recht komt. Murray en de Kanneh-Masons bewezen hier waarom ze tot de absolute top van hun generatie behoren.
Na de pauze volgt Flourish (1958) van Errollyn Wallen, een korte maar krachtige compositie die de zaal vult met vreugde. Het is het ideale voorspel voor wat nog komt: de Negro Folk Symphony van William L. Dawson, waarin werkelijk alle registers worden opengetrokken.
Deze driedelige symfonie is gebaseerd op drie spirituals uit de jeugd van de componist. De slagwerksectie speelt hierin een prominente rol, en het hele orkest zit duidelijk op het puntje van de stoel. Cox maakte eerder al indruk met uitvoeringen van dit werk, en ook nu weet hij vriend en vijand te verbazen met een energieke en uitgebalanceerde vertolking. In het tweede deel klinken het slavernijverleden en de pijn duidelijk door, maar de hoop op een beter leven blijft overeind. Dit werk verdient het veel vaker uitgevoerd te worden, niet in het minst omwille van de belangrijke thematiek waarin het geworteld is.
Het resultaat: een schitterende concertavond in De Singel, met louter topmusici. Wat wil een mens nog meer?
Reacties
Een reactie posten