Parsifal, van Wagner, is voor veel operaliefhebbers de opera der opera’s. Dit werk, dat, zoals het bij Wagner betaamt, erg lang is, heeft na al die jaren waarin het op het toneel steeds opnieuw werd “heruitgevonden”, niets aan kracht en mystiek ingeboet. De hele opera is opgebouwd rond het fenomeen van de Graal en blijft menig operaliefhebber diep raken. In de regie van Susanne Kennedy krijgt het verhaal een kleurrijke en eclectische invulling, zonder afbreuk te doen aan de mystiek en de fantasie rond de Graalridders.
| (c) Annemie Augustijns |
De voorstelling die ik bijwoonde was de laatste in een lange reeks, en tevens het afscheidsoptreden van dirigent Alejo Pérez als muziekdirecteur van Opera Ballet Vlaanderen. Het moet gezegd: het orkest levert samen met de dirigent een ware tour de force in deze bijzonder veeleisende partituur.
De Opera van Antwerpen heeft een lange traditie met Parsifal: de opera werd jarenlang in de paasperiode opgevoerd en trok telkens een trouw, jaarlijks terugkerend publiek. Ook nu was de voorstelling uitverkocht, ondanks de grote uitdaging die dit werk voor de luisteraar vormt. Regisseur Susanne Kennedy zorgt voor een wervelende voorstelling, letterlijk zelfs. Vooral in de eerste akte wordt een reeks AI-gestuurde projecties op het publiek afgevuurd, waardoor je als toeschouwer als het ware het podium wordt ingezogen. Dat heeft tot gevolg dat men soms letterlijk duizelt en door het bos de bomen niet meer ziet. De tweede en derde akte zijn rustiger qua projecties, waardoor het eenvoudiger wordt om het verhaal te volgen en je beter kunt concentreren op de muziek, die voortreffelijk wordt uitgevoerd door het orkest van Opera Ballet Vlaanderen.
Vocaal worden enkele opmerkelijke prestaties geleverd. Op kop vermelden we Albert Dohmen, die een indrukwekkende Gurnemanz neerzet. Het staat buiten kijf dat hij de hele opera draagt. Hij heeft bij aanvang al een bijzonder omvangrijke partij te zingen, maar naar het einde toe is er geen spoor van vermoeidheid in zijn stem te horen. Christopher Sokolowski is een schitterende en jonge (!) Parsifal, een zanger met enorm veel potentieel om een groot heldentenor te worden. Dsjhamilja Kaiser is een adembenemende Kundry; weinig zangeressen weten zo overtuigend gestalte te geven aan deze uitdagende rol. Werner Van Mechelen is een sterke Klingsor, en het is bovendien fijn om nog andere jonge Vlaamse stemmen te horen, zoals Lucas Cortoos en Timothy Veryser, die elk een van de kleinere rollen op zich nemen. Ze doen dat voortreffelijk.
Parsifal is en blijft een hoeksteen van de 19e-eeuwse operaliteratuur. Het is dan ook een voorrecht dat we in Antwerpen deze verfrissende en confronterende productie konden meemaken.
Reacties
Een reactie posten