Cellissimo - Prelude tot de Koningin Elisabethwedstrijd - woensdag 1 april 2026 - Wolubilis (Brussel)
Zoals elk jaar de gewoonte is, organiseert de Muziekkapel Koningin Elisabeth een concert als prelude op de Koningin Elisabethwedstrijd. Enkele artiesten in residentie die toegelaten zijn tot de eerste ronde van de wedstrijd, krijgen dan de kans om hun concerto met een volwaardig symfonisch orkest uit te voeren, en zo een eerste, haast tastbare kennismaking met het wedstrijdgebeuren te beleven. Voor de cello-editie van dit jaar waren het Clara Dietlin, Andrew Byun en João Pedro Gonçalves die mochten concerteren met het Belgisch Nationaal Orkest, onder leiding van de jonge Belgische dirigent Gabriel Hollander.
| (c) Yves goes Classic |
Als eerste solist van de avond verschijnt Andrew Byun op het podium. Deze Canadese cellist heeft de afgelopen jaren een indrukwekkend palmares opgebouwd en kiest voor het intrigerende concerto van Henri Dutilleux (1916–2013), Tout un monde lointain. Het werk ontstond op vraag van de legendarische Mstislav Rostropovitch, die de componist benaderde met het verzoek een celloconcerto te schrijven. Dutilleux aarzelde niet en liet zelfs een opdracht van het Franse ministerie van Cultuur vallen om zich volledig aan dit project te wijden. Hij begon eraan in 1968 en verweefde in zijn partituur meerdere verwijzingen naar teksten van Baudelaire. De première volgde in 1970 tijdens het festival van Aix-en-Provence, met Rostropovitch als solist. Het werk bestaat uit vijf delen die subtiel resoneren met de poëzie van Baudelaire. Toch benadrukte Dutilleux dat het geen letterlijke illustratie betreft, maar eerder een vorm van osmose: de cello fungeert als een medium tussen het universum van Baudelaire en dat van de muziek.
Andrew Byun brengt een doorleefde en gelaagde interpretatie van dit veeleisende werk. De technische complexiteit is aanzienlijk, maar het is vooral de emotionele diepgang die overtuigt. Met een gedetailleerde, sonore en verfijnde uitvoering weet hij te beklijven, zonder de virtuositeit uit het oog te verliezen die zowel van de solist als van het orkest wordt gevraagd. Het Belgisch Nationaal Orkest toont zich daarbij in uitstekende vorm onder de bezielende leiding van Gabriel Hollander.
| (c) Yves goes Classic |
De tweede solist van de avond is de Portugese cellist João Pedro Gonçalves, die kiest voor het Concerto voor cello en orkest nr. 2, op. 126 van Sjostakovitsj. Ook dit werk werd voor het eerst uitgevoerd door Rostropovitch, in 1966. Het is het laatste concertante werk van de componist, die op dat moment zestig jaar oud was. Dit concerto behoort tot zijn rijkste en meest intrigerende creaties, al geeft het zich niet gemakkelijk prijs. Het eerste deel, largo, opent met een bijna meditatieve frase die door Gonçalves met grote ingetogenheid wordt ingezet. Het orkest sluit zich aan, eerst discreet, daarna nadrukkelijker, en gaat een intense dialoog aan met de solist. In dit deel blijft de virtuositeit bewust op de achtergrond, maar naarmate de beweging zich ontwikkelt, verschuift het karakter en krijgt de muziek een andere, scherpere taal.
João Pedro Gonçalves levert een bijzonder overtuigende vertolking van dit iconische werk. Met gevoel voor subtiliteit, detail en innerlijke spanning neemt hij de luisteraar mee door een klankwereld die tegelijk raadselachtig en donker is. In de daaropvolgende delen, beiden allegretto, komt een dansante energie naar voren waarin dynamiek en ritmische scherpte centraal staan. Ook hier toont Gonçalves zich een meester van zijn instrument, met een rijk palet aan kleuren en een fijnzinnig gevoel voor nuance.
| (c) Yves goes Classic |
Tot slot is het de beurt aan Clara Dietlin, die Prokofjevs Sinfonia Concertante, op. 125 vertolkt. Ook dit werk werd voor het eerst uitgevoerd door Rostropovitch, in 1952, onder leiding van Richter. De partituur stelt uitzonderlijke eisen aan de solist en is op momenten ronduit duizelingwekkend in haar virtuositeit. Clara Dietlin bewijst echter moeiteloos dat zij uit het juiste hout gesneden is. Haar vertolking is krachtig, helder en meeslepend, en brengt een werk tot leven dat voor mijzelf nog maar recent zijn weg naar de radar vond.
De Sinfonia Concertante vertoont verwantschap met het eerdere celloconcerto, op. 58, maar onderscheidt zich door haar symfonische schaal en de uitgebreidere orkestratie. Dat verklaart wellicht ook waarom Prokofjev voor deze benaming koos. Het virtuoze en vaak adembenemende spel van Dietlin mondt uit in een daverend applaus. Een betere aanzet voor de Koningin Elisabethwedstrijd is moeilijk denkbaar.
Reacties
Een reactie posten