In het kader van de MuCH Prestige-serie organiseerde de Muziekkapel Koningin Elisabeth een concert met de titel "Four-handed piano", waarin enkele artiesten in residentie uit de pianosectie samen optraden met Meester in residentie Avedis Kouyoumdjian. Zoals de titel van het concert doet vermoeden, stonden uitsluitend werken voor vier handen op het programma, van drie heel uiteenlopende componisten: Dvořák, Grieg en Brahms. Een prachtige line-up dus, met de meest getalenteerde pianisten van hun generatie.
| (c) Music Chapel en Megane.fphotography |
Mirabelle Kajenjeri en Valère Burnon snijden de spits af met een selectie uit de Slavische dansen op. 46 van Dvořák. De componist schreef twee bundels met dansen. Zijn uitgever, geïnspireerd door het succes van de Hongaarse dansen van Brahms, stelde hem voor om een gelijkaardige reeks te componeren. Zo ontstonden opus 46 en opus 72, twee bundels voor piano vierhandig die meteen in de smaak vielen bij het publiek. Later orkestreerde Dvořák deze werken ook, waardoor de pianoversies enigszins op de achtergrond zijn geraakt. Toch worden deze dansen beschouwd als bijzonder belangrijk binnen de vierhandige pianoliteratuur. Voor opus 46 maakte Dvořák geen gebruik van bestaande thema’s, maar creëerde hij zijn eigen Slavische melodieën, in de geest van vele nationalistische componisten die hem voorgingen.
Mirabelle Kajenjeri en Valère Burnon brengen een prachtige selectie uit opus 46 en spelen op het allerhoogste niveau. De dansen klinken ogenschijnlijk licht en moeiteloos, maar de partituur is allesbehalve eenvoudig. Net in dat schijnbare gemak tonen de pianisten hun virtuoze meesterschap. Een topprestatie die op warm applaus wordt onthaald.
Daarna brengen Yiheng Wang en Meester in residentie Avedis Kouyoumdjian de Vier Noorse dansen op. 35 voor piano vierhandig van Grieg. Deze dansen, gecomponeerd in 1881, dragen een uitgesproken folkloristisch karakter en groeiden al snel uit tot enkele van de populairste werken van de componist. Ze werden later georkestreerd door Hans Sitt en in 1885 geïntroduceerd in voorstellingen van Peer Gynt in Kopenhagen.
Yiheng Wang en Avedis Kouyoumdjian doordrenken de composities met een levendig dansant karakter en nemen het publiek mee naar het hoge Noorden. Ook deze partituur stelt hoge eisen, en het is een kunst om haar lichtheid te bewaren zonder aan diepgang in te boeten. De twee pianisten zijn uitstekend op elkaar afgestemd en maken van hun uitvoering een sprankelend geheel.
Vervolgens horen we Arthur Hinnewinkel en Abel Hox in een selectie uit de Hongaarse dansen van Brahms. Deze werken hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de reputatie van de componist. Ze dragen geen opusnummer, omdat Brahms ze niet als volledig originele creaties beschouwde. Tegelijk is het interessant dat Dvořák later enkele van deze dansen orkestreerde en zich dus liet inspireren tot zijn eigen Slavische dansen, zoals hierboven al beschreven.
Arthur Hinnewinkel en Abel Hox blijken het ideale duo voor dit repertoire. Hun samenspel is hecht en natuurlijk, hun muzikaliteit aanstekelijk. Ze weten de energie en het karakter van deze opzwepende dansen volledig tot leven te brengen, wat resulteert in een intens en meeslepend muzikaal moment. Het publiek reageert enthousiast met een uitbundig applaus.
Wat een bijzondere gelegenheid om vijf uitzonderlijke pianisten samen op het podium te horen, onder de vleugels van hun meester Kouyoumdjian. Concerten als deze zijn zeldzaam en verdienen het om gekoesterd te worden.
Reacties
Een reactie posten