Wie de actualiteit de voorbije weken een beetje gevolgd heeft, kon er niet naast kijken. Florentina Holzinger is neergedaald in Antwerpen met haar controversiële voorstelling SANCTA. Opera Vlaanderen nodigde haar uit voor wat op de website omschreven wordt als een radicaal nieuwe ‘misviering’, waarin zij en haar performers "de pijn, schaamte en schuld die vrouwen binnen de katholieke traditie te beurt vielen, terugeisen en herdefiniëren. SANCTA presenteert zich als een theatraal statement over spirituele en seksuele bevrijding, over vrouwelijke kracht en verbondenheid". Ik trok erheen om met eigen ogen en oren deze op zijn minst opmerkelijke productie te zien en te horen, een voorstelling die inmiddels ook voor beroering zorgt buiten de muren van de opera. Voor de ingang hebben tegenstanders zich verzameld, biddend met hun paternoster in de hand. Of het Florentina Holzinger zal tegenhouden, is een retorische vraag.
| (c) Nicole Marianna Wytyczak |
De voorstelling opent met Sancta Susanna, opus 21 van Paul Hindemith. Dit werk uit 1922 schetst het wel en wee van een non die tijdens het bidden haar seksualiteit niet langer kan verbergen of bedwingen. We bevinden ons in de wereld vlak na de Eerste Wereldoorlog, en Hindemith gaat op zoek naar een muzikale taal om deze woelige periode vorm te geven. Wat we horen is een compositie die de grenzen van de tonaliteit aftast, terwijl we tegelijk een regie van Florentina Holzinger te zien krijgen die op zijn minst speciaal kan genoemd worden. We zijn getuige van de expliciet seksuele avonturen van twee vrouwen die op de voor- en achtergrond hun ding doen, het laat weinig aan de verbeelding over. Een binnenkomer is het wel, het publiek weet wat het te wachten staat.
Daarna is het tijd voor Misviering. In dit deel van de voorstelling weerklinken arrangementen van verschillende componisten en interpretaties van muziek van onder anderen Gounod, Rachmaninov en Bach. Holzinger volgt de structuur van een klassieke Latijnse mis, van Kyrie tot Agnus Dei. Ook hedendaagse hits en rock/metal worden in de partituur verwerkt. Alles wat met het instituut Kerk te maken heeft, wordt in vraag gesteld. Ook het medium opera zelf moet eraan geloven en wordt overstemd door wat men noise en metal noemt. Christus aan het kruis, als je het objectief bekijkt, is een ronduit bloederig beeld, dat als uitgangspunt dient voor deze volledig door vrouwen gedragen voorstelling.
We krijgen een reeks ronduit schokkende taferelen te zien. Zoals ook in de triggerwarning van de opera werd aangekondigd, ontbreekt het niet aan bloed. Seksuele handelingen worden expliciet getoond, er wordt vlees gesneden uit iemands arm, en zo volgen de extremiteiten mekaar op. Florentina Holzinger toont zich onverschrokken en heeft zichtbaar lak aan conventies. Tegelijk gebeurt dit niet zonder bedoeling: het publiek wordt uitgenodigd om de gelaagdheid van deze handelingen te doorgronden en zich te verhouden tot wat het ziet. Al stel ik mij wel de vraag of dat het soms niet wat subtieler kan.
Dirigente Marit Strindlund loodst koor en orkest door de door noise en metal verstoorde klassieke muziek. Zij en de musici doen dat met verve en houden de muzikale spanningsboog opmerkelijk strak, ondanks de visuele en auditieve overdaad.
De vraag die zich bij mij voortdurend opdringt, is of deze expliciete confrontatie een meerwaarde biedt. Is het nodig om zo nadrukkelijk met de neus op de feiten gedrukt te worden? Moet je het aanbrengen van wonden werkelijk live zien? Gaat Florentina Holzinger hier niet een stap te ver in haar drang tot confrontatie? Het antwoord is niet eenduidig. Enerzijds kan niets de gruwel vatten van misbruik door geestelijken, noch de diepe sporen die dat heeft nagelaten in het leven van zovele mensen. Evenmin valt de historische onderdrukking van vrouwen door het instituut Kerk te vergoelijken. Deze problematiek proberen een forum te geven, en een beeld, is moeilijk, en vraagt misschien wel wat extremiteit, om mensen wakker te schudden. Anderzijds dreigt de overdaad aan schokkende beelden haar doel voorbij te schieten. De diepere betekenis ervan laat zich niet meteen vatten, en vraagt inspanning en openheid van het publiek. En sommigen uit dat publiek haken af. Wat wel heel duidelijk is, is dat deze voorstelling geen aanklacht is tegen "het geloof" op zich, maar wel tegen de Kerk als instituut.
Wat er ook van zij, reflecteren over wat men zojuist heeft gezien, maakt deel uit van de ervaring, en het zoeken naar gelaagdheid wordt zo een ongemakkelijk maar boeiend avontuur. Het is dan ook moeilijk om SANCTA te klasseren: het is opera, musical, cabaret en peepshow in één.
Applaus ook voor de performers, die toch wel uit een speciaal soort hout gesneden moeten zijn om deze voorstelling vorm te geven. Dat ze een diepe indruk nalaten, staat vast!
Reacties
Een reactie posten