Het Koninklijk Concertgebouworkest uit Amsterdam is zonder twijfel een van die orkesten die je niet wilt missen wanneer het in je stad neerstrijkt. Met een rijke en roemrijke geschiedenis, en samenwerkingen met de grootste dirigenten, stond het deze keer op het podium in Antwerpen, in het kader van de COFENA-concerten. Onder leiding van Andrés Orozco-Estrada brachten ze een programma dat zowel vertrouwd als vernieuwend aanvoelde, met als hoogtepunt een uitvoering van een van de meest geliefde symfonieën uit het repertoire: de 9de symfonie van Antonín Dvořák. Daarnaast klonk, in samenwerking met de Belgische sopraan Katrien Baerts, de wereldpremière van Orewoet, een werk van de Nederlandse componist Robert Zuidam. Het werd een avond waarin verfijning en aandacht voor detail de boventoon voerden.
| (c) Katrien Baerts |
Als opening koos het orkest voor de sprankelende ouverture uit De verkochte Bruid van Bedřich Smetana. Deze opera, die in 1866 in Praag voor het eerst werd opgevoerd onder leiding van de componist zelf, ademt levensvreugde en dorpsfolklore. Het verhaal speelt zich af in een Boheems dorp, waar feesten en menselijke intriges hand in hand gaan. Zoals zo vaak bij negentiende-eeuwse opera’s, verklankt de ouverture al enkele centrale motieven uit het werk, en ook hier vormt ze een levendige voorbode van wat volgt. De muziek bruist als een Tsjechische kermis: sprankelend, energiek en meeslepend. De snelle vioolpassages dansen lichtvoetig boven een meer lyrisch middendeel, waardoor een boeiend spanningsveld ontstaat. Onder de bezielde leiding van Orozco-Estrada toont het orkest zich meteen op zijn best: transparant in klank, rijk aan nuance en gedragen door een aanstekelijke energie die het publiek moeiteloos aanzet tot een warm applaus.
Daarna volgde een wereldpremière van formaat. Met Orewoet presenteerde het Concertgebouworkest een nieuw werk voor orkest en sopraan van Robert Zuidam, gebaseerd op de dertiende-eeuwse visioenen van de mystica Hadewijch. De titel is een Middelnederlands woord dat “hartstocht” betekent. Het werk, geschreven in opdracht van het orkest, ontvouwt zich als een gelaagde en intens beleefde ervaring, vooral in het laatste deel. Katrien Baerts, vertrouwd met de muzikale taal van Zuidam, ze werkte al vaker met hem samen, blijkt de ideale vertolkster. Haar zang, in het Middelnederlands, klinkt doorleefd en oprecht, en verleent het werk een speciale dimensie. Met een fijngevoelig gevoel voor balans geeft het orkest haar alle ruimte om te schitteren. Het resultaat is een interessante uitvoering. Alleen is het jammer dat de sopraan pas in het vijfde deel haar intrede doet, waardoor haar rol relatief laat tot volle bloei komt. Dit is muziek die zich niet in één keer volledig prijsgeeft en uitnodigt tot herbeluistering om haar volledige draagwijdte te doorgronden.
Na de pauze werd de avond bekroond met een ware klassieker: de Symfonie nr. 9 van Dvořák, bij velen bekend als Uit de Nieuwe Wereld. Het is een werk dat door zijn populariteit bijna vertrouwd aanvoelt, maar in handen van een orkest van dit kaliber krijgt het opnieuw een frisse glans. De symfonie, die in première ging in de Carnegie Hall in New York en meteen een groot succes werd, weerspiegelt Dvořáks fascinatie voor de muzikale tradities van Amerika. Zonder letterlijk te citeren, verweeft hij elementen die doen denken aan inheemse melodieën en spirituele liederen, met hun kenmerkende syncopen en gepunte ritmes. Het is precies deze subtiele vermenging die het werk zijn unieke karakter verleent.
De uitvoering door het Concertgebouworkest is ronduit meeslepend. Onder Orozco-Estrada’s leiding ontvouwt de symfonie zich als een levendig verhaal, waarin elk detail zorgvuldig wordt belicht zonder de grote lijn uit het oog te verliezen. De klank is rijk en gelaagd, de spanningsbogen zijn doordacht opgebouwd, en elke sectie van het orkest krijgt de kans om te schitteren. Het resultaat is een interpretatie die zowel vertrouwd als verrassend aanvoelt en nog lang in het geheugen blijft hangen. Een toegift onder de vorm van een Slavische dans van Dvořák, vormt een feestelijk slotakkoord van een avond die niet alleen muzikaal indrukwekkend was, maar ook getuigde van een diepe liefde voor het vak, door zowel de dirigent als alle leden van het prachtige orkest.
Reacties
Een reactie posten