Gedurende vele jaren zijn het koor en orkest van het topensemble Pygmalion te gast geweest in De Singel. Voor mij is het echter de eerste keer dat ik hen live hoor optreden, en meteen vraag ik me af: waarom ben ik niet eerder naar hen komen luisteren? Ik ben getuige van een fantastisch concert vol verfijning en adembenemende dynamiek. Het programma is opgebouwd rond muziek van Brahms: balsem voor de ziel na een hectische dag. Raphaël Pichon is een indrukwekkende dirigent en de bezieler van het ensemble.
| (c) Fred Mortagne |
Het ensemble Pygmalion opent het concert met een beklijvende a-capella-uitvoering van Warum ist das Licht gegeben, uit de Zwei Motetten, opus 74 nr. 1 van Brahms. Het woord Warum, dat als een soort mantra voortdurend wordt herhaald en benadrukt, vormt het hart van dit werk. Het koor slaagt erin het mysterie rond dit woord nog te versterken dankzij een verfrissend gevoel voor dynamiek. Ook valt meteen de perfecte dictie van het ensemble op. Wat een begin van de concertavond!
Daarna volgen de Vier ernste Gesänge, op. 121, liederen die Brahms componeerde op teksten uit de Lutherse Bijbel. In de uitvoering van Pygmalion gebeurt echter iets unieks: we horen deze liederen gezongen door Stéphane Degout, niet begeleid door piano, als gebruikelijk, maar door het volledige symfonisch orkest. De orkestratie werd speciaal voor het ensemble Pygmalion gemaakt door Robert Percival. Brahms, die al vanaf zijn adolescentie gefascineerd was door de Heilige Schrift, schuwt de “levenslessen” van de Bijbel niet. Waar Schubert bijvoorbeeld een eerder geruststellende lezing van religieuze teksten biedt, graaft Brahms dieper en zoekt hij naar de moraal, die soms allesbehalve geruststellend is. De dood vormt vaak het centrale thema, ook in deze liederen. Stéphane Degout zingt ze met grote bezieling en een opnieuw perfecte dictie. Hij heeft niets van zijn pluimen verloren. Een fantastische zanger voor dit repertoire!
Daarna horen we opnieuw een lied met een religieus karakter: het Geistliches Lied, op. 30, opnieuw in een orkestratie van Robert Percival. Dit lied, gecomponeerd als canon, is gebaseerd op een tekst van de zeventiende-eeuwse Paul Flemming, en verraadt duidelijk de religieuze inborst van de dichter.
Na de pauze volgt Schicksalslied, op. 54, een prachtig maar ook zwaarmoedig werk op een tekst van Hölderlin voor vierstemmig koor en orkest. Ook hier merken we hoe Brahms op zoek gaat naar de levenslessen die hem zo dierbaar zijn. Raphaël Pichon haalt het onderste uit de kan bij zijn musici; het is een waar genoegen hen aan het werk te horen.
Het concert besluit met de Symfonie nr. 1 van Brahms, waarin de ongelooflijke kracht van het Pygmalion-orkest volledig tot zijn recht komt. Het orkest, dat de principes van de historische uitvoeringspraktijk volgt, onder meer door te spelen op periode-instrumenten, toont een doorgedreven muzikaliteit en een diep inzicht in de partituur. Brahms werkte maar liefst twintig jaar aan deze symfonie. Kort na zijn ontmoeting met Schumann begon hij eraan, en pas zo’n twee decennia later nam hij de compositie weer op, in een periode waarin hij belangrijke concertreizen maakte, zowel als pianist als dirigent.
Ik blijf deze symfonie bijzonder vinden, vooral door het begin, waarin de pauken de overhand nemen en je als luisteraar het gevoel hebt midden in een beweging binnen te vallen. Wat volgt is een opeenvolging van verrassingen, om uit te monden in de vierde beweging: de finale, het meest complexe en rijkste deel. De opbouw naar die finale is ook Raphaël Pichon en zijn musici niet ontgaan: zij bouwen de symfonie steen voor steen op naar een schitterend eindpunt. Applaus!
Reacties
Een reactie posten