Lucas en Arthur Jussen spelen Poulenc - donderdag 27 november 2025 - Koningin Elisabethzaal Antwerpen
Deze dagen toeren de pianobroers Lucas en Arthur Jussen rond met de Münchner Philharmoniker en zo doen ze ook de Antwerpse Koningin Elisabethzaal aan. Op het programma: het Dubbelconcerto voor twee piano's van Poulenc, een iconisch werk dat een van de lijfstukken van de twee broers geworden is in de loop der jaren. De Münchner Philharmoniker staat onder leiding van topdirigent Tugan Sokhiev.
| (c) Jesaja Hizkia |
Als ouverture van de concertavond presenteert Tugan Sokhiev de Münchner Philharmoniker in Die Hebriden, op. 26 van Felix Mendelssohn. Het is een werk dat ik nog niet eerder live hoorde en dat bovendien slechts zelden op de concertprogramma’s prijkt. Mendelssohn kreeg de eerste ideeën voor deze concertouverture tijdens zijn reis door het noorden van Schotland in 1829. Een jaar later, inmiddels in Rome, werkte hij het stuk uit en voorzag het aanvankelijk van de titel Die einsame Insel. Pas in 1832 verscheen het onder de definitieve naam Die Hebriden.
Dit werk wordt nog te vaak weggezet als louter programmamuziek, maar verdient duidelijk meer waardering. Die Hebriden is eerder een poëtisch symfonisch gedicht waarin Mendelssohn beelden oproept die balanceren tussen realiteit en verbeelding: echo’s van zijn eigen indrukken tijdens zijn Schotse reis. Zonder nadrukkelijk verhalend te willen zijn, weet de muziek toch een sfeer en een landschap te schetsen die onmiddellijk aanspreken. Sokhiev toont zich vanaf de eerste maten een gevoelige en genuanceerde vertolker: met zorgvuldige frasering, transparante texturen en een natuurlijk ademende spanningsopbouw weet hij de orkestrale kleuren volledig tot hun recht te laten komen.
Na deze sfeervolle Mendelssohn is het de beurt aan Lucas en Arthur Jussen, die het Dubbelconcerto voor twee piano’s van Francis Poulenc brengen. Poulenc, die in 1932 overtuigd was dat hij zich op het hoogtepunt van zijn kunnen bevond, noemde het werk “du pur Poulenc”. Dat is opvallend, aangezien in het concerto duidelijk invloeden van andere componisten, onder meer Stravinsky en Rachmaninov, doorklinken, wat de partituur extra gelaagdheid geeft.
De broers Jussen spelen het concerto met grote overtuigingskracht en een hoorbare maturiteit die in de loop der jaren alleen maar gegroeid is. Hun technische beheersing is feilloos, maar nog indrukwekkender is hun muzikale samenhang: de frasering, het dynamisch bewustzijn en de onderlinge wisselwerking getuigen van een grote verbondenheid. Ook de samenwerking met dirigent Sokhiev verloopt voorbeeldig. In een werk waarin precisie en alert samenspel essentieel zijn, want anders valt het geheel al snel uit elkaar, houden solisten en orkest elkaar perfect in balans.
Het resultaat is een begeesterde en energieke uitvoering die zowel door verfijning als door bravoure wordt gedragen. Een welverdiend bravo voor de broers, die opnieuw bewijzen waarom ze tot de meest geliefde pianoduo’s van hun generatie behoren.
Na de pauze staat de Symfonie n° 4 op. 36 van Tsjajkovski op het programma. In 1878 ging deze symfonie in première onder de leiding van Nikolaï Rubinstein, maar had niet direct het verhoopte succes. Tsjajkovski was er het hart van in en het is pas later in hetzelfde jaar, dat het publiek om een herhaling vroeg van het Scherzo. De toon werd gezet en het werd een van de meest populaire symfonieën van Tsjajkovski.
Ook hier overtuigt Sokhiev samen met de Münchner Philharmoniker. Hij is een topdirigent die een bijzondere symbiose met zijn orkest naar voren brengt. Hem wil ik nog vaker aan het werk zien! We krijgen van het orkest en deze bijzondere dirigent nog een toemaatje te horen: Gopak van Mussorgsky weerklinkt door de enthousiaste Koningin Elisabethzaal. Een feest!
Reacties
Een reactie posten