Het is inmiddels een prachtige traditie: pianist Nicolas van Poucke en zijn halfjaarlijkse recital in de Kleine Zaal van het Concertgebouw Amsterdam. Telkens opnieuw is het een evenement om niet te missen, en dat om verschillende redenen. Nicolas van Poucke slaagt er steeds in een ambitieus en boeiend programma samen te stellen, dat hij tot in de puntjes voorbereidt. Je voelt dat hier een muzikant aan het werk is die verder kijkt dan de noten op papier. De pianist als denker: dat is wat we ervaren wanneer we Nicolas van Poucke horen spelen. En precies dat denken zorgt voor een bijzondere verfijning van zijn uitvoeringen. Op het programma staan dit keer werken van Rachmaninov en Debussy.
| (c) Nicolas van Poucke |
Het werk dat voor de pauze op het programma staat, is van Rachmaninov. Nicolas van Poucke speelt de Études-Tableaux op. 33 (uit 1911). Het woord étude kan bij dit werk op twee manieren worden begrepen. Enerzijds bevat het tal van technisch veeleisende passages, anderzijds is er de picturale, schilderachtige dimensie die door het woord tableaux wordt gesuggereerd. Nochtans wilde Rachmaninov aanvankelijk geen expliciete beeldende context aan dit werk verbinden: het was geen programmamuziek. Toen Respighi zich in 1930 tot hem wendde om vijf van de études te orkestreren, besloot Rachmaninov toch enige toelichting te geven over “het mysterie van de intenties van de componist, die zullen helpen om het karakter van de Études te begrijpen en de juiste kleuren te vinden bij het orkestreren”.
Zoals zo vaak bij Rachmaninov is dit werk allesbehalve eenvoudig; hij is zelden mild voor zijn uitvoerders. Onder de handen van Nicolas van Poucke ontvouwt zich echter een indrukwekkende vertolking van de acht études waaruit opus 33 bestaat. In zowel de verstilde momenten als in passages als het Non Allegro, waarin duizelingwekkende figuren in de rechterhand een verbluffende virtuositeit creëren, toont Nicolas van Poucke zijn kennis en maturiteit. Dit is virtuoos pianospel op het hoogste niveau. Ik houd mijn adem in tijdens de laatste étude (Grave), die een groot sonoor en dramatisch gewicht bezit, gedragen door brede arpeggio’s in de linkerhand. Het is een van de meest spectaculaire stukken uit de reeks, wat van Poucke met verve bevestigt.
| (c) Milagro Elstak |
Na de pauze staan de Préludes, boek I, van Claude Debussy op het programma: eveneens een technisch uitdagend werk, maar van Poucke deinst er niet voor terug. Deze Préludes behoren tot de hoogtepunten van Debussy’s pianoliteratuur. Ze hebben een ander doel dan bijvoorbeeld de preludes van Chopin, en ze met elkaar vergelijken heeft weinig zin. Debussy wilde met deze stukken een atmosfeer oproepen, een bepaalde gevoeligheid bij zowel luisteraar als uitvoerder. Elk van de Préludes draagt een titel die helpt om de essentie van het werk te doorgronden en te doorvoelen.
Nicolas van Poucke presenteert het publiek het ene pianistieke hoogtepunt na het andere: van de Sérénade interrompue, waarin, zoals de titel aangeeft, een serenade wordt verstoord door een vreemd element dat de luisteraar alert houdt, tot La cathédrale engloutie, voor mij het hoogtepunt van de avond. In dit werk schenkt de pianist de voor mij meest indrukwekkende étude een glans die nog lang zal blijven nazinderen. Als toemaatje krijgen we een verbluffende versie te horen van de Etude op. 42 n° 5 van Scriabin.
De recitals van Nicolas van Poucke geven de luisteraar inzicht in wat de pianoliteratuur te bieden heeft. Het is nooit zomaar een luisterstonde, telkens opnieuw heb ik het gevoel dat ik er iets uit leer. Dat is ongetwijfeld de verdienste van het werk van deze begeesterde pianist.
Reacties
Een reactie posten